Proefopgraving potvis Valentijn in 2013

In 2013 vond een vooronderzoek plaats waarbij het team van de Vakgroep Morfologie van de UGent enkele stalen van Valentijn opgroef en meenam voor onderzoek. De botten die naar de Faculteit Diergeneeskunde werden overgebracht bleken in goede staat en te verwerken tot een mooi te exposeren skelet. Het ging om een stuk rib, enkele tanden en enkele botfragmenten afkomstig van de bovenschedel. De botkwaliteit van die stukken bleek degelijk in die zin dat ze het verwerkingsproces, dat standaard wordt toegepast bij skeletverwerking op de Vakgroep Morfologie (UGent), goed hadden doorlopen en de verwachtte resultaten hadden opgeleverd. Wat betreft de verwerking van de grotere skeletonderdelen (vnl. schedel & onderkaaktakken), is de verwachting dat, indien zij hetzelfde procedé doorlopen, een gelijkaardig resultaat kan bereikt worden. 

Het verwerken van walvisskeletten is een delicaat proces waarvoor geen internationaal erkend protocol voorhanden is. De voorbije jaren werd onderzoek gevoerd naar het ideale skeletpreparatieprocedé voor grote (zee)zoogdieren binnen de Vakgroep Morfologie. Er werd een eigen expertise opgebouwd bij de verwerking van de onderkaken van een vinvis (20 m), een potvis (13 m), een dwergvinvis, juveniele (gekend als vinvis Leo) en volwassen gewone vinvis, tal van kleinere zeezoogdieren maar ook grotere landzoogdieren zoals olifanten, om het procedé te verfijnen en de installaties op punt te stellen.

Eerdere ervaringen bij de verwerking van grote skeletonderdelen in de huidige installaties gaven zeer bevredigende resultaten, evenwel betrof het hier steeds vrij vers materiaal. In hoeverre het skelet reconstructie zal nodig hebben, daar kan uiteraard slechts uitspraak over gedaan worden op het moment dat het volledig skelet is opgegraven. De proefopgraving heeft slechts een beperkt deel van het skelet blootgelegd. De staat van de onderliggende botten is onmogelijk in te schatten.