30 jaar later kwam potvis Valentijn boven water!

Potvis Valentijn vlot opgegraven

Onder ruime belangstelling van pers en publiek werd potvis Valentijn van Sint André opgegraven. 
In twee indrukwekkende delen werd de walvis uit de put gehaald, de resten werden ter plaatse versneden voor vervoer. Op de campus diergeneeskunde, Vakgroep Morfologie, in Merelbeke wordt zijn skelet museumklaar gemaakt, een proces dat meerdere jaren in beslag zal nemen.   

 

Volg de voortgang van de van de werken op de Facebook-pagina van het museum. Je vindt er onder andere het filmpje van de opgravingen
Bekijk ook het fotoalbum.

De VRT maakte een uitgebreide reportage over hoe het team van de UGent de resten van Valentijn verwerkt. 

Opgraving Valentijn van Sint André

Wie is Valentijn van Sint André?

In 1989, op 12 februari, spoelde potvis Valentijn aan op het strand Sint-André in Oostduinkerke. Het gemeentebestuur van Koksijde begroef hem op het domein van de abdijhoeve Ten Bogaerde.

Het was toen al de bedoeling de 17 meter lange potvis later terug op te graven om hem tentoon te stellen. Na de proefopgravingen in 2013 werden concrete plannen gesmeed om Valentijn van Sint André uit de grond te halen.

“De resultaten van de proefopgraving in 2013 zijn hoopgevend”, zegt burgemeester Marc Vanden Bussche. “Daarom maakte de gemeente Koksijde maar wat graag budget vrij voor de opgravingen in 2019. Het team o.l.v. Prof. dr. Pieter Cornillie van de Universiteit Gent voerde de werken uit. Tijdens de jarenlange voorbereidingen en werkbezoeken bouwden we een enthousiaste samenwerking uit. Zijn team maakt het skelet in de loop van de komende jaren ook museumklaar. In het NAVIGO-Nationaal Visserijmuseum worden ondertussen de nodige verbouwingen uitgevoerd. Zo creëren we de nodige ruimte om het skelet in zijn geheel tentoon te stellen. Onze potvis Valentijn wordt onze nieuwe attractie. Zo’n verhaal spreekt tot de verbeelding.”  

“Bovendien zorgen we ervoor dat iedereen dit project op de voet kan volgen”, vult schepen van o.a. Musea en Erfgoed, Stéphanie Anseeuw aan. “Tijdens de opgravingsweek kon iedereen een kijkje komen nemen. En ook van het werk van het team van de UGent zullen we op geregelde tijdstippen updates de wereld insturen. Zo wordt potvis Valentijn een bekende Koksijdenaar, nog voor hij in het museum komt te hangen.”

Lees meer

Enkele interessante cijfers op een rijtje

Voorstellen team UGent

Proefopgraving 2013

Afvalverwerking door Indaver

 

Walvistoerisme: niet nieuw in Koksijde

Koksijde en walvissen, en potvissen in het bijzonder, kwamen in het verleden al vaker samen in het nieuws. Op 20 november 1939 spoelde een vinvis aan in Oostduinkerke, ter hoogte van de huidige residentie ‘Duinpark’. Net zoals vandaag én de eeuwen ervoor, trok het ongeveer 20 meter lange dier grote drommen nieuwsgierigen. Het kreng werd in stukken gesneden door gemeentearbeiders en grotendeels verbrand.
Valentijn van Sint André spoelde aan op 12 februari 1989, enkele dagen voor Valentijn, op het strand van Sint André. Het was de gemeenteraad van Koksijde die hem met deze passende naam bedacht. Hij is een van de weinige gestrande walvissen die werd begraven, met overlijdensakte, doodsprentjes en een grafzerk. De potvis bleef na zijn doodstrijd nog enkele dagen op het strand liggen en werd daar streng bewaakt, o.a. om de waardevolle ivoren tanden tegen diefstal te beschermen. De toeristische dienst schatte het aantal bezoekers van de walvis op zo’n 300.000 personen.
Niet minder dan drie potvissen spoelden aan op 18 november 1994 op het strand van Koksijde ter hoogte van het Zouavenplein en de Vredestraat. Een vierde exemplaar werd ronddrijvend op zee opgemerkt en op het strand van Nieuwpoort getrokken. Ook deze stranding zorgde voor een acuut massatoerisme.
Potvis Windekind, genoemd naar de strandsportclub ter hoogte waarvan hij aanspoelde op 26 februari 2004, was in verre staat van ontbinding. Toch lokte ook dit mannetje van zo’n 10 meter lang vele kijklustigen. Zijn onderkaak was eerder al afgezaagd, wellicht om de ivoren tanden duur te kunnen verkopen.


Eeuwenoude traditie

Met het opgraven, ontleden en tentoonstellen van walvis Valentijn, sluit het NAVIGO-museum aan bij een eeuwenoude traditie. De interesse om deze gigantische zeewezens eens van dichtbij te kunnen bewonderen, is namelijk van alle tijden. Een opvallend verhaal is hier bijvoorbeeld de onderneming van Herman Kessels, die in 1827 de stranding van een blauwe vinvis van maar liefst 27,5 meter in Bredene uitbouwde tot een waar publieksevenement. Kijklustigen konden de dissectie van het dier op de voet volgen, en het skelet werd jarenlang tentoon gesteld in Oostende, Gent, Brussel, ’s Gravenhage, Rotterdam, Antwerpen, Parijs, Londen, Frankfurt, Berlijn, Dresden, Wenen, Leipzig, de Verenigde Staten en Sint-Petersburg, waar het vandaag nog steeds een topstuk is in het Zoölogisch Museum.

Het NAVIGO-museum is in het bezit van een prent van de stranding van deze walvis, die is te bezichtigen in bezoekerscentrum. Je leest er meer over op de website van het museum.

Inspirerende voorbeelden

Om de komst van Valentijn naar het NAVIGO-museum optimaal voor te bereiden, laat het team zich onder andere inspireren door het recente succes van vinvis Leo. Hij werd door hetzelfde team experts als Valentijn verwerkt. Na zijn opmerkelijke passage in de Gentste Sint-Baafskathedraal (2017-2018) tijdens de tentoonstelling ‘Out of the Box’ van het Gents Universiteitsmuseum, kreeg vinvis Leo een permanente plaats in de gebouwen van de Faculteit Diergeneeskunde in Merelbeke. Ook de blauwe vinvis Hope in het Natural History Museum in Londen is een voorbeeld voor het team van NAVIGO-Nationaal Visserijmuseum. Enkel en alleen de enorme schaal van Hope doet het publiek bijvoorbeeld stilstaan bij de wonderlijke schoonheid van de natuur, en de zorg die we hier ook in de toekomst voor moeten dragen.